Ambitie

Het Praktijkonderwijs biedt de leerlingen een opleiding die aansluit bij hun talenten, mogelijkheden en ambities. De leerlingen worden gestimuleerd vanuit hun sterke kanten het onderwijs tegemoet te treden en te werken aan vaardigheden die opleiden tot het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar. Daarom wordt bij aanvang voor iedere leerling een ontwikkelingsperspectief (OPP) geformuleerd. In het OPP staat wat de verwachte uitstroombestemming is, de te bieden ondersteuning en begeleiding en, indien van toepassing, de afwijkingen op het onderwijsprogramma. Het ontwikkelingsperspectief beoogt bij te dragen aan doelgericht onderwijs en het behalen van een bij de leerling passend uitstroomniveau. Het Baanderherencollege realiseert ‘onderwijs op maat’ dat gericht is op uitstroom naar werk, het halen van certificaten of een diploma op ‘entree-niveau’. Om een goede structuur en duidelijke leerdoelen te formuleren wordt voor elke leerling in september een individueel ontwikkelingsplan (IOP) opgesteld. De vorderingen van de leerlingen worden nauwkeurig gevolgd en regelmatig vinden er zogenaamde coaching gesprekken plaats tussen de leerling en zijn mentor. In februari is de evaluatie van het eerste halfjaarlijkse IOP en de vaststelling van het tweede halfjaarlijkse plan. In juli volgt dan weer een evaluatie.

De schoolloopbaangesprekken vinden jaarlijks plaats in samenspraak met de leerling, zijn ouders/ verzorgers, de mentor en de teamleider met wie een zo passend mogelijk onderwijstraject op hoofdlijnen wordt uitgezet en geëvalueerd. Binnen het Baanderherencollege PrO wordt behalve aan theorie- en praktijklessen ook aandacht geschonken aan de ontwikkeling van waarden en normen. De school hanteert hierbij als uitgangspunt haar christelijke grondslag. Respect voor elkaar en een veilige leeromgeving zijn hierbij belangrijke pijlers. De medewerkers stimuleren de leerlingen in het ontwikkelen van hun persoonlijkheid en ondersteunen hen in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. De leerling wordt daarbij aangesproken op zijn mogelijkheden.

Binnen het onderwijs wordt rekening gehouden met verschillen tussen leerlingen en wordt erkend dat elke leerling uniek is. Binnen het onderwijsprogramma is er aandacht voor wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. De leerlingen worden voorbereid op een zo volwaardig mogelijke deelname aan de woon- en leefgemeenschap en het voorzien in een eigen inkomen. De leerlingen leren samenwerken, initiatieven nemen, contacten leggen en relaties aan te gaan. Ze leren ook hun vrije tijd op een goede en betekenisvolle wijze in te richten en te functioneren als burger in de samenleving. Het streven van het Praktijkonderwijs is de overgang van opleiding naar een plaats op de arbeidsmarkt en/of vervolgonderwijs voor de leerling goed te laten verlopen. In de bovenbouw worden de regionale ontwikkelingen op de arbeidsmarkt met regelmaat geanalyseerd en bij het beroepskeuzeadvies betrokken. Er worden contacten onderhouden met de gemeente, het bedrijfsleven in de regio, maatschappelijke organisaties en andere vormen van onderwijs.